ABC zwemmen

Hieronder kan u lezen hoe zwemmen wordt aangeleerd, ook wel het zwemABC genoemd.

A-diploma

Gedurende het zwemmen bij het ZwemABC leren de kinderen eerst helemaal watervrij te zijn. Een kind is pas watervrij als het durft te vallen, spetters heerlijk vind en helemaal op gaat in het spelen in het water.

Na het watervrij maken volgt het leren als een spin te liggen in het water op zowel buik als rug. De spin houdt in met armen en benen wijd helemaal stil en helemaal ontspannen liggen in het water.

Dit gedeelte wordt dan weer gevolgd door het aanleren van de beenslag op de rug (= de enkelvoudige rugslag). Op de rug is dit het best aan te leren omdat het gezicht niet in het water komt en de kinderen dus ontspannen kunnen blijven liggen.
Eerst wordt de kinderen aangeleerd de voeten naar de bodem te laten vallen, vervolgens met pipovoeten een omhaal te maken en krachtig te sluiten. Het hele rugslagzwemmen houdt dus eigenlijk in het goed zwemmen met de voeten. De rest volgt nl. vanzelf mee.

De volgende stap zal zijn, het aanleren om met de benen de schoolslag te zwemmen.
Een kleine stap als je de rugslagbenen goed kan, de beweging blijft hetzelfde alleen lig je nu op de buik. Aansluitend leer je hierna de armslag, klein en net onder het water uitgevoerd met platte handen, gevolgd door het gecombineerd zwemmen van de gehele schoolslag.

Vervolgens worden de crawlslagen verder verbeterd. Dit is een natuurlijke slag, de hondjesslag die mooier gaat worden.

In het sportbad gaat het erom de slagen zo goed mogelijk volgens A-diploma normen aan te leren en veel conditie op te doen door veel banen te zwemmen.
Hier wordt ook het duiken aangeleerd en verbeterd.

Gedurende de lessen en het doorlopen van de verschillende zwembadjes worden de slagen en vaardigheden die eerder geleerd zijn natuurlijk steeds herhaald, en moeten er grotere afstanden gezwommen worden. Alleen door veel te herhalen wordt een slag/ vaardigheid eigen. Een slag is pas eigen als er niet meer nagedacht hoeft te worden en er onder alle omstandigheden gewoon doorgezwommen wordt. Dit eigen maken is een onderdeel van je veilig voelen in je slag. Je bent en voelt je pas veilig in je slag als je niet meer opschrikt of angstig wordt als er bijvoorbeeld iemand naast je in het water springt. Ook zonder schrik water over je heen gespat krijgen terwijl je zwemt en niet bang zijn te springen, rollen, vallen horen bij het veilig kunnen zwemmen. Dit gevoel komt echter na veel zwemmen en daarom is een kind niet veilig in de slag na alleen een A- diploma. Je kunt een kind met alleen A- diploma daarom ook niet alleen laten zwemmen zonder steeds toezicht. Wel krijgt het kind diverse vormen aangeboden vanaf eigenlijk de eerste les om zo snel mogelijk veiliger te worden.

B-diploma

Het B-zwemmen is een natuurlijk vervolg op het A-zwemmen. Alle slagen blijven herhaald worden en er moeten nog meer banen gezwommen worden. De kinderen krijgen ook meer survival-vaardigheden die ze onder de knie moeten krijgen. Was bij het A-zwemmen bij de crawl-slagen de beenslag het belangrijkste om af te mogen zwemmen, nu komt het erop aan dat de armen zich ook goed bewegen over en in het water. Ook het moeilijkere zwemmen om de lengte-as draai en een ½ draai springen hoort bij dit diploma.

C-diploma

Bij het C-diploma moet de slag zo correct mogelijk uitgevoerd worden. Alle slagen moeten helemaal goed zijn met benen, armen en ademhaling. De ademhaling is een onderdeel dat heel belangrijk is bij dit diploma.

Nog moeilijkere onderdelen van survival zoals HELP-houdig, koprol, hoekduik en wrikken completeren het ZwemABC.

U ziet al met al een behoorlijk zwaar programma naar het veilig en vertrouwd zwemmen dat we uw kind graag aanbieden met een hele groep enthousiaste gediplomeerde vrijwilligers.

Denkt u na dit verhaal, misschien kan ik ook iets betekenen binnen het geven van de lessen, kom dan eens praten en kijken bij Joke, Wilma of Martin, zaalhoofden binnen het zwem ABC

Joke Swart